Op de trap

Voor de zekerheid inspecteerde ik thuis mijn schoenzolen. Normaal, zo te zien. En toch had ik een paar keer onder mijn zolen de grond voelen glijden. Metrostration Leidschenveen, u bent gewaarschuwd.

Ten dele lag het aan mij, dat moet ik er eerlijkheidshalve bij vermelden. Ik heb hoogtevrees, waar best mee te leven is omdat ik veel weet te vermijden. Alleen op dit metrostation ging dat niet. Er was wel een lift, maar die bestond uit een glazen kooi waarmee je dan de diepte in zakte, geen fijn gevoel. De trap leverde een vergelijkbare moeilijkheid op: die was open aan de zijkanten en je kon door de treden kijken naar de auto’s die onder je reden. Dan denkt er iets in mijn lichaam: “Ik val, ik val, ik ben in gevaar, we gaan nu terug of we gaan zitten en wel meteen!”

Met dat iets vecht ik. Want ik wilde naar de Pelitadag in wooncentrum Waterhof, en er was geen omweg. Dus ik moest.

Meestal wacht ik tot er een stoere testosteron-man ook de trap af wil. Brede mannen zijn goed in het helpen van hulpeloze vrouwtjes, is mijn ervaring, maar in Leidschenveen waren ze net die dag dat ik ze nodig had totaal afwezig.

Ik duwde mijn rug tegen de leuning van de trap. Mijn ene hand klemde de leuning voor me vast, de andere hand de leuning achter me. In mijn hoofd begon ik tegen de opkomende angst een kinderliedje te zingen: “Hoedje-van, hoedje-van-papier.” Na de derde trede vluchtte ik toch terug en daarna ging ik weer. Halverwege deze moeilijke gang bleek de trap glad te zijn. En ik dacht: “Als ik nou doodval, heb ik geen last meer van de hoogtevrees.” Toen moest ik lachen en kon me nog net op tijd steviger vastgrijpen.

Eenmaal beneden voelde ik me sterk en triomfantelijk. Maar ik was nog lang niet in het Wooncentrum. Buiten het station moest ik weer een trap op, die ook al zo glad was. Bij het oversteken van een weg voelde ik me evenmin zeker van mijn tred. Wat waren hier toch veel trapjes, het leek wel een hindernisbaan. Geen ideale straatinrichting voor ouderen. Waarom is onze wereld niet voor iedereen toegankelijk?

Na een enkele stap in het wooncentrum ontspande ik meteen. Hè, gezellig, de Pelitadag. Uren later stond ik weer buiten, keek naar het metrostation en haalde diep, heel diep, adem.

Vilan van de Loo

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.