In uniform

Dat was goed nieuws. De krijgsmacht mag voortaan – op eigen verzoek – in uniform op straat. Ik las het op een website en keek meteen uit het raam. Hoop doet leven. Tot op heden geen uniform gezien.

Nu had ik het bericht misschien te enthousiast begrepen. Ik dacht dat ik in elke twee, drie straten een uniform zou zien, wat voortaan gewoon zou zijn. Maar ten eerste woon ik niet op de route van een kazerne en ten tweede is er vast een bureaucratische opstartfase die eerst doorgewerkt moet worden. Ja, en ten derde heeft de krijgsmacht te weinig mensen, de werving is dringend, dus uniformen zijn relatief schaars.

Het zette me aan het denken over uniformen en wat daarop lijkt. Wanneer had ik voor het laatst een wit boordje van een dominee gezien? Dat was langer geleden dan de twee oude nonnen in habijt die ik bij de tramhalte Kneuterdijk zag. Dat nette haar naar achteren gegolfd onder de kap, de kleding die naar een specifieke orde verwees – welke, durfde ik niet te vragen – en die blije gezichten achter een glinsterende bril, levende reclames voor het christendom. Dat is een grote plus van een uniform, behalve de autoriteit die het moet uitstralen. Er zit een zekere ambassadeurs-waarde in. Dat je even denkt: ik wil óók non worden, waar kan ik me aanmelden?

Misschien zijn er wel militairen die in opdracht van defensie op die manier aan werving gaan doen. Vriendelijke mensen die op straat gemakkelijk aanspreekbaar zijn. En ja, sommigen zijn zichtbaar bewapend, dat is ook deel van het militair zijn.

Een groot voordeel is dat we dan eindelijk verlost worden van het zelfbeeld dat Nederland geen militaire natie zou zijn. Dat zijn we wel. Denk aan aan die missies in het buitenland, google eens op “regimenten Nederland” en lees u eens in op de recente problematiek in Den Helder. Er gebeurt van alles in de krijgsmacht, in binnenland en in buitenland. Met elk uniform dat op straat zichtbaar is, zien we allemaal dat het land een krijgsmacht heeft. Zo heeft die krijgsmacht tenminste een gezicht. We hebben Veteranendag, maar die mooie traditie begint een dagje-uit te worden, dus iets buiten het gewone leven.

Indien er nog geen voldoende mensen zijn, wil ik helpen. Een uniform staat mij, ik draag maat 38, wie mij nodig heeft, weet me te vinden.

Vilan van de Loo

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *